

De organisatie van de school
In de periode van 8 jaar, die een leerling normaal gesproken op de basisschool doorbrengt, wordt van de school verwacht dat die het kind onderwijs aanbiedt dat aansluit bij zijn ontwikkeling en dat de grondslag legt voor aansluitend voortgezet onderwijs. Om dat te bereiken werken we op onze school in twee afdelingen (bouwen): de onderbouw (groep 1 t/m 4) en de bovenbouw (groep 5 t/m 8).
Doorlopend overleg tussen de leerkrachten van de verschillende groepen binnen de bouw en veelvuldig contact tussen de bouwen onderling geven de garantie dat de kinderen hun schooltijd zo soepel mogelijk doorlopen. Een van onze uitgangspunten daarbij is dat alle kinderen verschillend zijn, dat elk kind zijn/haar eigen specifieke mogelijkheden en behoeften heeft en dat we ernaar streven ons onderwijs op die mogelijkheden en behoeften af te stemmen.
Onze leerlingen zitten in zogenaamde jaargroepen. Dat wil zeggen dat ze op basis van hun leeftijd zijn verdeeld over de in totaal 14 groepen die de 8 leerjaren op de Willibrordusschool beslaan. Voor de meeste groepen geldt dat deze homogeen zijn (één leerjaar per klas). Om onderwijskundige en opvoedkundige redenen is ervoor gekozen de groepen met de leerjaren 1-2 samen te voegen. Door een afname van het aantal leerlingen zullen er komend schooljaar tevens een tweetal combinatiegroepen (3-4 en 4-5) worden gevormd. Voor de komende jaren zal ieder jaar opnieuw bekeken worden hoe deze daling van het leerlingaantal vertaald gaat worden in de verdeling van de groepen.
Wij streven er bij de verdeling van leerlingen en leerkrachten naar om groepen te vormen van circa 25 leerlingen.
Vervanging van leraren
Reeds een aantal jaren geleden is binnen het onderwijs de werkweek teruggebracht van 40 naar 36 uur. Een aantal van onze meesters en juffen is bovendien slechts voor twee of drie dagen aangesteld. Ook zijn er leerkrachten die binnen de school andere taken hebben en krijgt elke leerkracht compensatieverlof. Bijna alle groepen krijgen dan ook als gevolg hiervan te maken met meerdere leerkrachten gedurende het schooljaar. Wij streven ernaar om het aantal verschillende leerkrachten dat voor een bepaalde groep staat zo klein mogelijk te laten zijn.
Natuurlijk kan het gebeuren dat een leerkracht ziek is of verlof heeft. In dat geval wordt geprobeerd zo snel mogelijk iemand te vinden die bevoegd en bereid is de groep voor korte of langere tijd over te nemen. Daarvoor kan onze school beschikken over invalleerkrachten van de eigen invalpool van Het Groene Lint. Het kan echter voorkomen dat er uit deze invalpool niemand beschikbaar is om de groep van een zieke of anderszins afwezige collega over te nemen. In dat geval wordt eerst een beroep gedaan op andere bevoegde leerkrachten die aan hebben gegeven als invalkracht op onze school te willen werken. Lukt ook dit niet dan zal de eerste dag intern worden opgelost door het verdelen van de kinderen over andere groepen of het schuiven met en opschorten van andere taken. Mocht het probleem na een dag niet zijn opgelost, dan zijn we genoodzaakt de kinderen van de betreffende groep naar huis te sturen. In dat geval krijgen de ouders daarover vooraf een berichtje.
De activiteiten voor de leerlingen
Voor een gedetailleerd overzicht van de leerstof verwijzen we naar de methodes die we gebruiken. Het globaal overzicht van wat in onze school aan de orde komt ziet er als volgt uit.
· onderwijs vanuit onze katholieke levensovertuiging
Wij zijn van mening dat de godsdienstige opvoeding op de eerste plaats de taak is van de ouders en van de parochie. Toch draagt onze school aan die godsdienstige opvoeding wel degelijk haar steentje bij. Wij wensen onderwijs te geven vanuit de katholieke levensovertuiging. Dat betekent dat we ons in het eigen handelen en in het omgaan met elkaar laten leiden door de waarden en de normen, zoals die ook door de katholieke kerk zijn geaccepteerd.
Namens de Katholieke Diocesane Schoolraad (DKSR) is Freikje van Gennip belast met de identiteitsbegeleiding van de Willibrordusschool. In de loop van het jaar worden een aantal projecten gedaan. In die projecten gaan we onder andere in op de achtergronden en de inhoud van het katholieke geloof. Ook andere levensovertuigingen komen daarbij aan bod. Verder verleent de school haar medewerking aan de voorbereiding op de eerste communie (groep 4) en het vormsel( groep 8).
Bij de leerlingen van de groepen 1-2 (het jonge kind) onderscheiden we o.a. taalactiviteiten, bewegingsactiviteiten, muzikale vorming, expressieactiviteiten en het werken met ontwikkelingsmaterialen. In deze eerste twee leerjaren van onze school hebben we gekozen voor een natuurlijke en geleidelijke ontwikkeling van de kinderen. Dat wil zeggen dat we deze leerlingen op een positieve manier stimuleren in die ontwikkeling. Zij leren al doende, tijdens hun spel. Wij spelen daarop in door te zorgen dat er veel materiaal is waarvan het jonge kind kan leren. Door de leerlingen van de groepen 1-2 de gelegenheid te geven ook daadwerkelijk “het jonge kind” te zijn en hen niet geforceerd dingen te laten doen waar ze nog niet aan toe zijn, geven we hen het gevoel van veiligheid en geborgenheid dat naar onze mening nodig is voor een optimale ontwikkeling. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat we onze jongste leerlingen niet stimuleren en “op het goede spoor zetten”. Integendeel. Voor hen zetten we leerlijnen uit met behulp van de methode “Kleuterplein”, welke voldoet aan de kerndoelen voor de groepen 1-2. Mede door deze methode wordt als het ware een “leerplan” opgesteld, dat voor ons en voor de leerlingen een leidraad vormt bij de voorbereiding op het onderwijs in de groepen 3 en verder.
In hun periode bij de groepen 1-2 hebben de kinderen zich in hun eigen tempo kunnen ontwikkelen en zijn ze zover gekomen dat een start gemaakt kan worden met het methodisch aanleren van basisvaardigheden als lezen, schrijven en rekenen. Die start maken we, zoveel mogelijk, gezamenlijk in groep 3. Maar we doen niet alles met de hele klas tegelijk. Leerlingen werken ook in groepjes en soms individueel, afhankelijk van wat er gedaan moet worden en door welk kind.
Na het aanvankelijke lees-, schrijf- en rekenproces komen vanaf groep 4 de taallessen en het voortgezet lezen. Naast foutloos leren schrijven is er veel meer aandacht dan vroeger voor het leren spreken in het openbaar, het luisteren naar wat anderen precies zeggen en daarop goed antwoorden. We leren onze leerlingen ook hun eigen mening onder woorden te brengen. Tegenwoordig is taalonderwijs dus meer op spreken en luisteren gericht.
Ook het rekenonderwijs heeft in de loop der tijd de nodige veranderingen doorgemaakt. Het rekenen van vandaag bestaat naast het maken van sommen steeds meer uit het oplossen van praktische (reken)problemen die de leerlingen in het dagelijks leven tegenkomen.
Gaandeweg de schoolloopbaan vindt er meer en meer oriëntatie op mens en maatschappij plaats. Dat doen we onder andere tijdens de lessen aardrijkskunde, geschiedenis, natuur/biologie enz. Wij zorgen ervoor dat de kinderen Nederland, Europa en de werelddelen leren kennen, hoe de mensen er leven, waarom ze zo leven en hoe ze dat geregeld hebben. Onze leerlingen leren ook over de geschiedenis van ons land en daarbuiten en over de natuur in de omgeving waarin ze leven.
Een vakgebied dat zowel raakvlakken heeft met de wereldoriënterende vakken als de expressieactiviteiten is techniek. Dit vak heeft sinds een aantal jaren, net zoals de cultuureducatie, een vaste plaats in onze lesroosters gekregen. In de groepen van de onderbouw worden deze vakken meestal niet afzonderlijk gegeven maar thematisch. Er worden in die groepen onderwerpen behandeld die voor jonge kinderen interessant zijn en aan de hand waarvan kennis en inzicht op dit gebied kan worden aangebracht.
Komend schooljaar zullen er naast het methodisch behandelen van zaken op techniekgebied ook weer de nodige mensen uit de praktijk komen vertellen over techniek in de praktijk en gaan de groepen op excursie. Nieuw dit jaar zijn de techniekmiddagen waarbij per leerjaar het vak techniek in al zijn veelzijdigheid centraal zal komen te staan.
Natuurlijk spelen ook de expressieactiviteiten in de ontwikkeling van de kinderen een grote rol. De activiteiten die in onze school op het gebied van de expressie plaatsvinden hebben op de eerste plaats als doel de kinderen de gelegenheid te geven zich creatief te uiten. Dat kan d.m.v. muziek, toneel en bewegen, maar ook in de vorm van tekenen en handvaardigheid. Bij deze laatste activiteiten wordt naast de creatieve kant ook aandacht besteed aan technieken en materiaalgebruik. De eigen creativiteit blijft hierbij wel belangrijk.
Het spreekt vanzelf dat we ook de nodige aandacht besteden aan de lichamelijke ontwikkeling van onze leerlingen. Dat doen we niet alleen tijdens de lessen bewegingsonderwijs maar ook door te letten op houding, motoriek, bewegen, enz. Zoveel als mogelijk is worden de kinderen ook op dit gebied op een positieve manier gestimuleerd. In sommige gevallen kan dat leiden tot extra aandacht voor de motorische ontwikkeling in de vorm van Motorische Remedial Teaching (M.R.T.), waarvoor een van onze collega’s bevoegd is.
Behalve alles wat hiervoor beschreven is en wat hoort tot het normale programma van een school, zijn er op onze school nog een heleboel “extra” activiteiten. Het zijn er eigenlijk teveel om op te noemen, maar hierbij moet gedacht worden aan excursies, theatervoorstellingen, schoolreisjes, schoolkamp, sport- en speldagen, vieringen, projecten, enz. In elke groep wordt het dagelijkse patroon meerdere keren per jaar doorbroken voor een dergelijke activiteit. Uitgangspunt is steeds dat de activiteiten moeten passen bij de ontwikkeling van onze leerlingen. In de jaarkalender hebben we de data voor dit schooljaar , voor zover ze nu al bekend zijn, reeds voor U ingevuld.
Na acht jaar Willibrordusschool verwachten wij van “onze kinderen” dat zij, mits dat tot hun mogelijkheden behoort, de kerndoelen, opgesteld door het ministerie van onderwijs, beheersen.
We werken in alle groepen op onze school met de methode ‘Goed gedaan’, die ervoor zorgt dat het vak sociaal emotionele ontwikkeling gestructureerd en schoolbreed onder de aandacht blijft van onze leerlingen en de ouders. Thematisch zullen er onderwerpen aan bod komen waar we met de hele school net even wat meer aandacht voor vragen dan normaal. Ouders worden hierover middels de nieuwsbrief van de school op de hoogte gebracht, zodat ook zij weten waar hun kinderen op school mee bezig zijn. Gerelateerd aan de thema’s zijn er op school een aantal schoolregels; het zijn drie zogenaamde “kapstokregels” waaraan steeds opnieuw specifieke aandachtspunten gekoppeld kunnen worden. De kapstokregels gelden voor de gehele school, de aandachtspunten kunnen per bouw, cluster of leerjaar verschillend zijn. De schoolregels hangen op goed zichtbare plaatsen in de gang en hebben op een groot prikbord ook een centrale plaats in de aula van de school. Naast dit prikbord staan ‘kunstkasten’, waarin alle groepen hun creativiteit aan elkaar kunnen tentoonstellen.
Pesten
Ondanks alle goede inzet en bedoelingen komt pesten helaas ook op onze school voor. Los van het feit of pesten wel of niet aan de orde is, wordt dit onderwerp met de kinderen bespreekbaar gemaakt aan de hand van de schoolregels. Als pesten optreedt, moeten leerkrachten dat kunnen signaleren en duidelijk stelling nemen. Wanneer pesten ondanks alle inspanningen (in samenwerking met de ouders/verzorgers) toch weer de kop opsteekt dan kan inschakeling van een interne contactpersoon nodig zijn. Deze interne contactpersoon kan het probleem onderzoeken, deskundigen raadplegen en het bevoegd gezag adviseren.
Interne Contact Personen (ICP)
Op onze school zijn twee opgeleide interne contact personen (ICP) aanwezig, te weten Miranda van Tilburg en Sigrid Klaasen. Zij verdiepen zich in de problematiek van machtsmisbruik en pesten d.m.v. cursussen en het lezen van artikelen. Om zichzelf kenbaar te maken naar de kinderen en duidelijk te maken waarvoor precies hun hulp in te schakelen is, zullen zij jaarlijks in het begin van het schooljaar een klassenrondje doen. Er hangen posters in de school met daarop de foto’s van de ICP, zodat kinderen en ouders/verzorgers de juiste persoon kunnen vinden.